Biografie

In het gebied waar ik ben geboren ligt er zeven maanden van het jaar sneeuw. Toen mijn vader eind 1968 voor de tweede keer een reis waagde naar Europa vanuit het uiterste oosten van Turkije en niet wist wanneer hij weer terug zou keren, dacht hij aan het probleem van het kind in de buik van zijn vrouw. Het kind was nog lang niet geboren, maar het zou uiteindelijk wel komen. En wie moest hem of haar bij het stadhuis laten inschrijven nu hij richting Europa trok om er als gastarbeider aan de slag te gaan? Hij wist het antwoord: niemand zou de negen kilometer lange, besneeuwde weg belopen om zijn jongste zoon of dochter bij het stadhuis te laten registreren. Dus liep hij, net voordat hij de bus nam, het gemeentehuis binnen en deed zijn plicht. Hij gokte dat zijn vijfde kind een jongen zou worden en noemde hem daar bij de ambtenaar: Erdal.
Zo komt het dus dat mijn exacte geboortedatum niet bekend is. Wel kunnen we met zekerheid zeggen dat mijn vader op 15 januari 1969 de reis ondernam naar Nederland. Het bewijs staat op mijn identiteitskaart, als mijn geboortedatum.
Elf jaar later had mijn vader gezelschap toen hij weer naar Nederland reisde. Ik, mijn drie zussen, mijn broer en mijn moeder gingen deze keer mee met hem. Naar Utrecht, de stad die mij heeft gemaakt tot wie ik ben. In Utrecht heb ik eerst een jaar op een taalschool gezeten. Daarna heb ik op de Mavo en de Havo gezeten. Na een jaar lerarenopleiding ging ik in dezelfde stad journalistiek studeren. In het derde jaar van mijn studie heb ik in de Volkskrant een groot verhaal gepubliceerd. Voor mijn afstuderen werkte ik voor het blad Contrast. In de tijd die volgde heb ik voor bladen geschreven als Vrij Nederland, de Volkskrant en Nieuwe Revu.
In het jaar 1998 besloot ik als correspondent te werken in mijn geboorteland. Voor het dagblad Trouw ging ik naar Ankara. In de meest roerige jaren van Turkije heb ik al schrijvend Turkije zien veranderen. Als journalist deed het me veel plezier om over een land te schrijven dat met de jaren de overgang maakte van een militaristisch land naar een land dat gesprekken met de Europese Unie voert voor volledig lidmaatschap.
Sinds 2006 woon ik in Istanbul en combineer ik mijn journalistieke werk met literatuur. Na mijn boek 'Kinderen van Atilla', een boek waarin ik aan de hand van de levensbeschrijvingen van vier belangrijke historische figuren over de moderne geschiedenis van Turkije vertel, heb ik de verhalenbundel 'Vandaag geen pont' gepubliceerd. Mijn columns 'het migrantenmuseum' en 'de reizen van Fjodor de kraai' in de Groene Amsterdammer zijn ook producten van de nieuwe, literaire weg die ik heb ingeslagen. Met 'Vandaag geen pont' was ik in 2010 een van de zes genomineerden voor de Bob Den Uyl-prijs.
In april 2012 is mijn nieuwste roman, De mooiste leugen, uitgebracht door uitgeverij De Bezige Bij.


Terug naar de openingspagina