Met de koran in de hand.
Door Erdal Balci

In Izmir zijn mensen bang dat van Turkije een achterlijk land wordt gemaakt. En Europa werkt vrolijk mee. 'Onder het mom van de ontwikkeling van de democratie gaan die moslimfanaten een soort Iran van ons maken.' Dan hebben vrouwen geen stemrecht meer en moeten ze in sluiers de straat op.

ALS HET VLIEGTUIG ZIJN NEUS buigt voor de landing zegt de man die van een reis uit Thailand terugkomt en uit het raam naar beneden staart: 'Nergens ben ik zo gelukkig als in deze stad. Ik hou van mijn stad omdat we hetzelfde karakter hebben. Ook mij hebben ze geprobeerd kapot te maken. Telkens ben ik er bovenop gekomen. Je zult zien dat Izmir ook sterker uit deze zwarte periode zal komen.'
   De banden van het toestel raken het asfalt, we stappen uit. In de verte is de stad die in drie kleuren is gekleurd: het groen van de bergen, het blauw van de zee en het rood van de miljoenen Turkse vlaggen die overal hangen. Izmir, een stad die voor het behoud is, tegen verandering vecht en niet alleen in de ban is van het rood van de vlaggen, maar ook in de ban van het verzengende vuur dat de angst voor het nieuwe Turkije warm houdt.
   Is het toeval of waait het altijd in de derde grootste stad van Turkije? Het woei in ieder geval ook de eerdere keren dat ik in Izmir was en ook in de herfst van 1922. Over de kracht van de wind tijdens mijn eerdere verblijven kan men zijn twijfels hebben, maar de harde wind halverwege september in 1922 staat genoteerd in de geschiedenisboeken. Het Griekse leger was verdreven uit Izmir, de leider van de bevrijdingsoorlog, generaal Mustafa Kemal, deed als de grote overwinnaar de stad aan en rookte een sigaret om de zege te vieren. Met de herovering van Izmir was de oorlog definitief ten einde. Mustafa Kemal kon beginnen aan het installeren van een nieuw land. Het 'achterlijke' Ottomaanse Rijk moest vervangen worden door het moderne Turkije. De generaal zou aan ieder laten zien hoe je een land van bovenop moderniteit kunt opleggen. Mustafa Kemal, die later door zijn parlement de naam Atatürk zou krijgen, rookte de ene na de andere sigaret. De overwinning was immers groot, niets was daarom normaler dan te kettingroken om de zege te vieren.
   Toen zag men de rook de lucht in stijgen. Niet alleen de rook van de sigaretten van Atatürk kringelde de lucht in, maar ook de rook die door een plaatselijke brand veroorzaakt werd. Deze op het eerste gezicht kleine brand werd groter en groter. De vlammen veroverden de wijken van de verdreven niet-moslims. Het mooie Griekse centrum van de stad had geen enkele kans tegen de sterke wind. Bovendien bleek er bij de nieuwe bazen van de stad niet veel animo te bestaan voor het blussen van de brand.
   Op de eerste dag van de brand, toen de vlammen al schilderijachtige vormen hadden aangenomen, keek de nieuwe baas van het land vanaf het balkon van het hotel waar hij verbleef naar de immense vlammen en zei tegen de jonge militairen naast hem: 'Jongens, kijk goed naar dit uitzicht. Die vlammen luiden het einde van het oude tijdperk in. Deze brand is de inhuldiging van een nieuw land. Alle zonden van het Ottomaanse Rijk worden dankzij deze brand as. Deze vlammen kondigen aan de hele wereld het verrijzen van de nieuwe Turkse staat aan.'
   Een dag later verruilde Atatürk het hotel voor een huis aan de andere kant van het water omdat hij te veel last kreeg van de rook.
   Het toeval wil dat de Griekse filosoof Heraclitus, die het vuur als het oerelement zag, zijn hele leven op een kleine afstand doorbracht van het punt waar Atatürk de belangrijkste brand in de Turkse geschiedenis gadesloeg. In Efeze tekende de filosoof vijf eeuwen voor Christus de volgende zinnen op: 'Deze wereld, die dezelfde is voor allen, is door geen van de goden of mensen gemaakt. Zij was altijd, is nu, en zal altijd zijn een eeuwig levend vuur, dat nu eens opflakkert en dan weer uitdooft.'
   De brand in Izmir doofde pas na drie dagen uit. Tweederde van de stad was as geworden. Met het verdrijven van de minderheden en het in de as leggen van hun huizen, hun kerken, hun scholen en hun tavernes zou er geen enkele stad zijn in Turkije die kon tippen aan Izmir als het ging om 'puurheid'. De 'modernste' stad van Turkije, die sinds de oprichting van de Turkse republiek prat gaat op haar nationalistische karakter en de moderne manier van leven van haar inwoners, is de laatste jaren bang voor een nieuw vuur dat aan het opflakkeren is. De stad wordt de laatste jaren steeds meer geconfronteerd met het echte gezicht van Turkije: ze wordt omringd door migranten uit andere delen van het land die Izmir langzaam op Turkije doen lijken.
   Een van de nieuwelingen is de gevulde-mosselenverkoper. Voor de mosselenverkoper bij de kust is de wind, die vanavond heviger waait dan ooit, ook een bron van irritatie. Het is namelijk de wind die het plastic van de keurig op elkaar gestapelde gevulde mosselen doet opwaaien. Zoals een hoofddoek dragende vrouw zo nu en dan haar hoofddoek recht plooit, zo moet de gevulde-mosselenverkoper het plastic dat om het blad en de mosselen zit zo nu en dan recht trekken. De gevulde-mosselenverkoper is een man die niet bepaald past in het beeld van de Izmir-bewoner: Hij is Koerd, zijn moeder, vrouw en zussen dragen hoofddoeken, thuis spreken ze Koerdisch en niemand van zijn familie stemt op de Republikeinse Partij, die altijd wint in Izmir.
   We gaan naast elkaar zitten, hij steekt mijn sigaret aan en samen luisteren we naar het geruis van de palmbomen. Hij weet niet hoe de stad Izmir is gesticht. Ik vertel hem dat de Amazones hier hebben geleefd. Dat zij hun rechterborst afsneden om hun pijlen beter te kunnen richten. Hun beeldschone leidster heette Symirna. Symirna is met de jaren omgevormd tot Izmir. Hij weet ook niets over de grote brand. Maar van de brand in zijn eigen dorp heeft hij wel gehoord.
   Het is negen uur. De wijken van de armen in de bergen rond Izmir onttrekken zich helemaal aan het zicht. Naast ons staat het standbeeld dat de bevrijdingsoorlog van de Turken symboliseert. Suleyman de mosselenverkoper heeft een scherpe neus en dunne lippen. Zijn gezicht vertoont de eeuwige droefenis, die zo'n weemoedig stempel heeft gedrukt op alle gezichten van het Koerdische ras. Een stomdronken man loopt lallend langs ons. Suleyman de mosselenverkoper vertelt: 'Het was zo'n vijftien jaar geleden. Ik werkte toen in m'n eentje in Izmir. De rest van de familie zat in ons dorp in het oosten. Mijn vader belde naar het koffiehuis waar ik elke avond zat. De militairen hadden ook ons dorp in de fik gezet en iedereen gedwongen om het dorp te verlaten. In die jaren hebben ze dat met duizenden dorpen gedaan omdat ze dachten dat de PKK dan vanzelf zou ophouden te bestaan. Twee jaar lang heeft mijn familie in Diyarbakir proberen te overleven. Toen heb ik maar gezegd dat ze allemaal naar Izmir moesten komen. Met z'n allen proberen we er wat van te maken. Maar het leven is niet makkelijk. De mensen hier laten duidelijk merken dat ze ons niet willen. Echt welkom zijn we niet in deze stad.'

EEN BEKENDE COLUMNIST, die in Izmir geboren en getogen is en zoals alle uitblinkers uit deze stad naar Istanbul is verhuisd, schreef in een van zijn columns dat Izmir de hoofdstad van het fascisme is geworden. Want Izmir is in de klauwen gevallen van het extreem-nationalisme. Aan bijna alle balkons en ramen hangen Turkse vlaggen. Een konvooi van de Koerdische partij BDP is met stenen bekogeld, en wel door typische Izmir-meisjes met diepe decolletés, geblondeerde haren en roodgelakte nagels.
   In Izmir haten de mensen alles wat met de regeringspartij AK Partij te maken heeft. Ze haten YouTube vanwege de filmpjes waarin de draak wordt gestoken met Atatürk. De rijkere buurten van de stad zijn als militaire wooncomplexen waar iedereen dezelfde, voorspelbare meningen deelt. Vooral de stedelijke vrouwen die hoofddoeken dragen, die gunnen de Izmir-bewoners het licht in de ogen niet. In Izmir geen tolerantie voor andersdenkenden.
   De volgende dag: in het centrum van Izmir kost een broodje köfte maar twee euro, met een cola-light erbij wordt de rekening drie euro. Een goede prijs om de maag mee te vullen, maar alleen als je kunt leven met de rauwe werkelijkheid dat je tijdens de hele lunch gezelschap krijgt van niet één, niet twee, maar drie Turkse vlaggen op je tafel. De restauranthoudster is een dame in de dertig. Ze kijkt de hele tijd met boze ogen naar haar klant die zijn broodje köfte naar binnen werkt. Ik snap haar ergernis niet. Heb ik niet keurig geaccepteerd om in het bijzijn van drie vlaggen te eten, denk ik, en voel me als een arme wees die door vreemden gevoed wordt. De eigenares kan zich niet langer inhouden en komt verhaal halen. Waarom ik die ene krant lees die gemaakt wordt door landverraders? Nu snap ik het, het gaat niet om mij, maar om de rebelse, kleine krant die ik op het vliegveld in Istanbul had gekocht. In de kolommen van deze krant had die columnist geschreven dat Izmir de hoofdstad van het fascisme is geworden.
   Ik weet haar te kalmeren, zeg dat ik alle kranten lees en vraag haar om een praatje te maken. Ze heeft kleine bruine ogen, 'uiteraard' geblondeerd haar en een kleine, misschien aan een esthetische operatie blootgestelde neus. 'Eén ding moet je goed weten. Ook al veroveren de Koerden en de godsdienstfanaten heel Turkije, Izmir zullen ze niet in handen krijgen. Wij zullen tot ons laatste bloed strijden om de nalatenschap van Atatürk te verdedigen.'
   Ze heet Nuray Akli. Ze legt uit waarom ze zo boos is: 'Ze gaan van Turkije een achterlijk land maken dat geregeerd wordt met de koran in de hand. Je moet blind zijn om het niet te zien. En Europa werkt hier vrolijk aan mee. Onder het mom van de ontwikkeling van de democratie gaan die moslimfanaten een soort Iran van ons maken. Dan hebben we als vrouw geen stemrecht meer en moeten we allemaal in sluiers de straat op. Ja, dat is wat er gaat gebeuren. Ben je naar de marktplaats Kemeralti gegaan? Ga daar eens kijken. Het mooie Kemeralti van vroeger is een soort Koerdistan geworden. Ik durf er niet meer over straat te lopen.'

OP EEN PAAR STEENWORPEN afstand van Kemeralti zitten twee mannen bier te drinken in een café. Een van hen speelt op een luit en zingt. De andere, wat oudere, man luistert met een kleine glimlach om zijn lippen. Ik schuif aan en bestel ook een bier. Alles kost geld in Turkije, behalve het aangaan van kortstondige vriendschappen. Mijn nieuwe vrienden bestellen even later zelfs bier voor mij. De oudere van de twee mannen zegt dat hij een leerzaak heeft in Kemeralti.
   De eigenaar van de winkel in Kemeralti is licht aangeschoten, hij krijgt zin om te verhalen over de belangrijkste gebeurtenis in zijn leven. Hij neemt een slok van het graanwater en praat terwijl zijn ogen twinkelen van een soort branieachtige blijdschap: 'In 1962 was ik 22 jaar oud en zat op de officiersopleiding in Ankara. Op een dag kregen we het bevel van onze commandant om het radiogebouw te bezetten. Dat deden we dan maar. Een officier ging de studio in en las voor dat het Turkse leger een coup had gepleegd. Een uur later kwam een andere officier, zei tegen ons dat hij bij de coup hoorde en ging ook de studio in. Tot onze grote verbazing las hij voor dat de coup was onderdrukt. Als we slim genoeg waren geweest en die tweede officier niet binnen hadden gelaten was het heel anders gelopen met de geschiedenis van Turkije. Dan zat ik misschien niet hier. Want ze hebben niet alleen de drie kolonels die de coup beraamden opgehangen, maar hebben alle studenten van de officiersopleiding die deelnamen aan de bezetting van de radio van school gestuurd. Zo kwam het dus dat ik geen officier werd, maar een winkelier in Kemeralti.'
   Hij heet Necip Vardar en moet nu naar huis. Het wordt te laat, zijn vrouw belt constant dat hij naar huis moet komen. Ze hebben bezoek. Voordat hij weggaat, zegt hij: 'Ik snap de angst van de Izmir-mensen wel. Ze hebben hun eigen levensstijl en zijn bang dat die verstoord wordt door de nieuwe, typisch volkse leiders van het land. Maar je kunt niets beginnen tegen deze nieuwe orde. De armen van vroeger worden langzaam de middenklasse van het land. Ze willen meer zeggenschap. De Turkse rijken raken hun vanzelfsprekende macht kwijt. Democratie pakt nu eenmaal niet altijd goed uit voor iedereen. Ik besef nu dat als wij toen de staatsgreep hadden kunnen plegen de macht van de rijken nog meer verzekerd was. Het is maar goed dat we zo dom waren om hem niet te laten slagen.'
   Hij gaat weg, meneer Necip.
   In Kemeralti gaan de rolluiken als dominostenen naar beneden. De bekende markt in Izmir sterft langzaam uit, de katten krijgen het voor het zeggen in deze laatste uren van de dag. De laatste Koerdische straatverkopers vertrekken naar hun huizen in de bergen die de stad omsingelen.
   In een van de bergen heeft de gemeente een enorme rots uit laten houwen tot het hoofd van Atatürk die met opgetrokken wenkbrauwen een strenge blik werpt op de stad. Zelfs het gezicht van rots is omsingeld door duizenden arme Koerden die hier hun krakkemikkige huizen hebben gebouwd.
   Verderop bij de kust lopen de rijkere Turken hand in hand met hun geliefden zonnebloempitten te eten. De wind is wat minder geworden. Een zacht briesje doet de geblondeerde haren van de 'echte' Izmir-vrouwen dansen in het aangename weer van de stad. Het is na middernacht in de meest 'pure' stad in Turkije. De armen blijven nog keurig in hun buurten in deze uren. Maar vroeg of laat zullen ook zij hun hoofddoek dragende vrouwen naar de dure kust brengen om er romantisch te wandelen. Het zal ongetwijfeld gebeuren, zolang hun wijken ook niet opeens vlam vatten.  
   
 
  Terug naar de inhoudsopgave van de artikelen en publicaties